
Wetenschappelijke naam: Parancistrus nudiventris
L-nummer: L31 / LDA4
Algemene naam: Peppermint pleco
Oorsprong: Zuid-Amerika / Brazilië / Rio Xingu
Maximale lengte: 17 – 20 cm
Temperatuur: 29 – 33 ºC
Dieet: Omnivoor (alleseter)
Taxonomie
Order: Siluriformes
Onderorder: Loricarioidei
Familie: Loricariidae
Onderfamilie: Hypostominae
Geslacht: Parancistrus
Soort: Parancistrus nudiventris, Rapp Py-Daniel & Zuanon, 2005
Beschrijving
De Parancistrus nudiventris L31 is een beschreven meerval soort uit de Loricariidae-familie die alleen in de Rio Xingu, nabij de stad Altamira in Brazilië wordt aangetroffen. In de aquariumhobby staat hij ook bekend als Peppermint pleco. Ter verduidelijking: de gangbare naam Peppermint pleco wordt in de hobby breed toegepast op meerdere donkere, gestippelde Loricariidae, waaronder de meest bekende variant Ancistrus dolichopterus L181.
Het belangrijkste kenmerk van de P. nudiventris is zijn korte, platte, brede lichaamsbouw wat hem erg robuust maakt. Hij heeft een donkere basis lichaamskleur wat bedekt is met kleine, blauwachtige-witte stippen. De soort wordt ongeveer 20 cm lang, in de beschrijving van de soort staat 17,5 cm vermeld.
Daarnaast heeft hij extreem grote kieuwopeningen wat typisch is voor het geslacht Parancistrus. Bovendien heeft deze soort een vliezige verbinding tussen de rugvin en de vetvin.
Aangezien hij een grote mond en grote kieuwen heeft, is dit een indicator dat deze soort veel zuurstof nodig heeft. De mondtanden zijn draad-/borstelvormig, goed ontwikkeld maar niet talrijk en zwak knobbelig. Dit maakt dat het een effectieve grazer is welke algen en kleine ongewervelden van de rotsen graast.
De naam nudiventris komt uit het Latijn en nudus betekend naakt, bloot, onbedekt. Ventris betekend buik.
Onderscheidende kenmerken van de L31:
De P. nudiventris onderscheidt zich van zijn naaste verwant, de Parancistrus aurantiacus, door meerdere morfologische en kleurkenmerken:
- • Kleurpatroon: De P. nudiventris heeft kleine, blauwachtige-witte stippen. Daarentegen is de P. aurantiacus gelijkmatig donker, gevlekt of gemarmerd maar nooit gestippeld.
- • De buik (naakt abdomen): Het meest onderscheidende kenmerk volgens de officiële beschrijving van deze soort is het volledig naakte ventrale oppervlak van de mond tot aan de anus. Bij P. aurantiacus is dit deel volledig bedekt met platen.
- • Kop- en lichaamsvorm: Deze pleco heeft een kort, breed en plat lichaam. In vergelijking met de P. aurantiacus is de L31 slanker en heeft hij een smallere afstand tussen de ogen (interorbitale afstand).
- • Mondtanden: De L31 heeft meer opvallende en goed ontwikkelde mondtanden dan zijn verwant. Dit kenmerkt hem als een Aufwuchs-grazer (omnivoor). Hij leeft van algen en andere voedselresten van het perifyton, maar eet ook dierlijke resten (insectenlarven en microkreeftachtigen).

Verspreiding en leefgebied
De Parancistrus nudiventris is een inheemse (endemische) L-nummer welke alleen in het stroomgebied van de Rio Xingu, in de Braziliaanse deelstaat Pará voorkomt. Deze rivier is een van de grootste en ecologisch meest unieke zijrivieren van de Amazone.
De rivierbedding van de Xingu bestaat voornamelijk uit donker vulkanisch gesteente, grote rotsblokken en grind. Het is een warme en zuurstofrijke rivier met helder water en krachtige stromingen. De watertemperaturen zijn constant hoog, met temperaturen variëren van 29 °C tot meer dan 33 °C in de ondiepere gedeelten. Het water is er zacht en licht zuur.
De vis leeft volgens onderzoek voornamelijk individueel of in paren op diepten tot ongeveer 2 meter. Het is een nachtdier dat zich overdag schuil houdt onder grote keien of in smalle spleten van ondergedompelde rotsen.
De L31 wordt gevonden in de stroomversnellingen en gebieden met matige tot sterke stroming, 40 tot 190 cm/sec. Jongen dieren (tot 5cm) worden ook waargenomen onder platte rotsen op de bodem. Het is een rheofiele soort (houdt van stroming).
Parancistrus nudiventris deelt zijn leefgebied met een grote verscheidenheid aan andere Loricariidae, waaronder soorten zoals Baryancistrus spp., Oligancistrus punctatissimus L30, Ancistrus ranunculus L34, Peckoltia vittata L15, en Hopliancistrus tricornis.
Dieet
Parancistrus nudiventris is een omnivoor dat zich voedt door over rotsachtige oppervlakte te grazen. Deze voedingsstrategie wordt ook wel 'kammer' (comber) genoemd.
De soort heeft een zeer lang spijsverteringskanaal (ongeveer 20 keer de standaardlengte) wat kenmerkend is voor algenetende vissen.
Analyse van de maaginhoud van twee geconserveerde wilde exemplaren toont aan dat het dieet voornamelijk bestaat uit:
- Algen (Diatomeeën): Dit is het meest frequent ingenomen voedsel.
- Overige voedselresten: Blauwalgen (Cyanobacteriën), plantenresten, bryozoën (mosdiertjes), chironomiden larven (Dansmuggenlarven), microkreeftachtigen en enkele kleine weekdieren.
- Niet-voedsel componenten: Een aanzienlijke hoeveelheid zand en slib, dat waarschijnlijk onbedoeld wordt opgenomen tijdens het grazen op de rotsen en mogelijk essentieel kan zijn voor de spijsvertering.
Wat voer ik mijn Parancistrus nudiventris L31?
In het aquarium is het, vooral in het begin, belangrijk om ze meerdere maaltijden per dag aan te bieden met gevarieerd voer dat voornamelijk uit plantaardig materiaal bestaat.
Ik voer mijn P. nudiventris voornamelijk met EBO Spirulina pasta (wat ik op een steen smeer zodat ze op een natuurlijke manier kunnen grazen), EBO Spirulina soft granulaat, EBO Veggie sticks en soms wissel ik dit af met Futterdose Krill soft granulaat.

Aquarium
Minimaal 100 - 120 cm groot.
Het houden van deze soort thuis in een aquarium vereist specifieke omstandigheden, vooral met betrekking tot de waterkwaliteit, stroming en de watertemperatuur. Het is hierdoor geen pleco voor beginners.
Aangezien de vis normaal tussen spleten in de rotsen leeft moeten er voldoende legholen en/of schuilplaatsen in het aquarium aanwezig zijn. Het aquarium kan worden ingericht met een zandbodem, gladde stenen of rotsblokken om de natuurlijke rotsbodem van de Rio Xingu na te bootsen. Tevens kunnen er ook legholen of de speciale Rio Xingu spleet gebruikt worden voor extra schuilmogelijkheden voor tussen de rotsen.
Ze kunnen in een groep worden gehouden, maar houd er rekening mee dat volwassen mannetjes territoriaal kunnen zijn ten opzichte van elkaar en andere Loricariidae. Ze verdedigen hun schuilplaatsen met de sterk ontwikkelde odontoden.
Deze pleco's zijn nachtdieren en houden zich overdag schuil, wat aangeeft dat ze niet van fel licht houden. Aan de andere kant kan licht de groei van algen en biofilm op de stenen in het aquarium veroorzaken, waar de vissen van zullen grazen.
Een zeer goed filter is ook erg belangrijk, want deze vissen leven van nature in warm, snelstromend en zuurstofrijk water en hebben daarom altijd schoon water nodig om gezond te blijven. Bovendien hebben ze een snelle stofwisseling, waardoor het water sneller vervuilt. Daardoor zijn wekelijkse grote waterverversingen cruciaal.
Een goede oppervlaktestroming/waterbeweging en beluchting zijn ook essentieel, aangezien deze soort, blijkens zijn extreem grote kieuwopeningen, veel zuurstof nodig heeft.
Geslachtsverschil
Helaas heb ik op dit moment geen foto's van de geslachtsbepaling van de Parancistrus nudiventris. Mocht iemand volwassen L31 hebben zitten waar ik foto's van mag maken, stuur mij dan gerust een berichtje!
Het geslachtsverschil is vergelijkbaar met de Parancistrus aurantiacus.
Voortplanting en kweken
Kweken in gevangenschap heeft tot nu toe slechts een enkele keer plaatsgevonden. Ze legen de eieren in legholen waarna de man normaal gesproken voor de eieren en jongen zorgt.
Ik gebruik voor deze soort zelf de ronde legholen met de maten 6-7 x 24 cm en 8-9 x 28 cm. Daarnaast liggen ook er Rio Xingu spleet medium in het aquarium.
Literatuur
Rapp Py-Daniel, L. H., & Zuanon, J. (2005)
Description of a new species of Parancistrus (Siluriformes: Loricariidae) from the rio Xingu, Brazil.
Neotropical Ichthyology, 3 (4): 571 - 577
