Baryancistrus chrysolomus L47

Baryancistrus chrysolomus L47

Wetenschappelijke naam: Baryancistrus chrysolomus
L-nummer: L47
Algemene naam: Magnum pleco
Oorsprong: Zuid-Amerika / Brazilië / Rio Xingu ~ Rio Iriri ~ Rio Curuá
Maximale lengte: 25 – 30 cm
Temperatuur: 27 – 30 ºC
Dieet: Herbivoor (planteneter)

Taxonomie

Order: Siluriformes
Onderorder: Loricarioidei
Familie: Loricariidae
Onderfamilie: Hypostominae
Geslacht: Baryancistrus
Soort: Baryancistrus chrysolomus, Rapp Py-Daniel, Zuanon, & Ribeiro de Oliveira, 2011


Beschrijving

De Baryancistrus chrysolomus, ook wel bekend als Magnum Pleco of "L047", kan worden onderscheiden aan zijn donkere, olijfkleurige basiskleur met een brede geel-kleurige band op de rug- en staartvin. Deze banden blijven ook zichtbaar wanneer deze soort volwassen is.
Soms heeft de L47 ook lichte vlekken op het lichaam en kan hij hierdoor verward worden met de Baryancistrus xanthellus. De vlekken van de B. chrysolomus zijn alleen nooit zo fel gekleurd als bij de B. xanthellus. Dit is opmerkelijk omdat de B. xanthellus de enige andere Baryancistrus-soort is die ook gele banden heeft.

Het wordt een redelijk grote vis van ongeveer 25 tot 30 cm groot en heeft een vrij plat hoofd.


Verspreiding en leefgebied

Baryancistrus chrysolomus komt alleen voor in de staat Pará in Brazilië, en dan in het Volta Grande do Rio Xingu en de zijrivieren. De Rio Xingu is een van de grote zijrivieren van de Amazone.
Een van de zijrivieren waar hij ook voorkomt is de Rio Curuá, een zijrivier van de Rio Iriri, die zelf weer een zijrivier is van de Rio Xingu.

De L47 lijkt veel zeldzamer te zijn in de stroomversnellingen van de Rio Xingu dan de B. xanthellus. Jonge dieren worden voornamelijk onder rotsen gevonden in de randgebieden van de stroomversnellingen, dicht bij de rivieroevers met een langzame tot matige stroming.

De bodem in de Rio Xingu bestaat uit donker vulkanisch gesteente en is een vrij warme rivier waar temperaturen van 32 ºC en hoger zijn gemeten, vooral in de ondiepere delen. Het water is er zacht zuur.
Ze leven hier tussen en onder rotsen op plekken met langzaam tot matig stromend water. Jonge dieren leven meer in de stroomversnellingen en nabij oevers.

B. chrysolomus leeft samen met Peckoltia vittata L15 welke in hetzelfde leefgebied voorkomt.


Dieet

Uit onderzoek van wilde exemplaren blijkt dat deze soort in het wild zichzelf voornamelijk voedt met algen en kleinere hoeveelheden ongewervelden. Algen met name de draadachtige soorten zoals Spirogyra, en diatomeeën. Ongewervelden zoals chironomiden en mosdiertjes.

Wanneer Baryancistrus-soorten na import binnen komen zijn ze vaak ondervoed en/of hebben ze gezondheidsproblemen. Omdat ze een relatief hoge stofwisseling hebben en ze in het wild constant grazen op biofilm komen ze vaak uitgehongerd en met ingevallen buiken binnen bij de import. Soms hebben ze ook zwarte buiken en dan is het vaak niet meer mogelijk om ze aan het eten te krijgen.
Deze pleco-soort heeft dan ook vaak een langere periode van quarantaine nodig om te acclimatiseren. Hierdoor zijn ze, vooral in het begin, niet de meest makkelijke vissen om te houden.

Wat voer ik mijn Baryancistrus chrysolomus L47?

In het aquarium is het belangrijk om, vooral in het begin, ze meerdere maaltijden per dag aan te bieden met gevarieerde voeding welke voornamelijk uit plantaardig materiaal bestaat.

Ik voer mijn B. chrysolomus voornamelijk met EBO Spirulina pasta welke ik over een steen uitsmeer zodat ze op een natuurlijke manier kunnen grazen, EBO Veggie sticks, en soms wissel ik dit af met Futterdose Krill granulaat. Als extra groente voer ik courgette waar ze ook op kunnen grazen.

Zelfgemaakte recepten met gelatine, welke bestaan ​​uit een mengsel van gepureerd visvoer, schaaldieren en groenten, blijken volgens sommige houders ook goed te werken omdat de ingrediënten naar wens kunnen worden aangepast.


Aquarium

Minimaal 120 - 150 cm groot.

Omdat Baryancistrus chrysolomus redelijk groot wordt komt hij het beste tot zijn recht in een groot aquarium met voldoende schuilplaatsen en eventueel rustige bijvissen. Er dienen voldoende legholen en/of schuilmogelijkheden in het aquarium te zijn.
Jonge dieren kunnen in een groep worden gehouden maar houdt er rekening mee dat, vooral volwassen mannen, erg territoriaal naar elkaar en naar andere vissen kunnen zijn.

Het aquarium kan worden ingericht met een zandbodem, gladde stenen, legholen en eventueel drijfhouttakken. Het is mogelijk om sterke waterplanten zoals MicrosorumBolbitis of Anubias spp. aan het aquarium toe te voegen.

Deze plecos zijn over het algemeen redelijk schuw en ze houden niet van al te fel licht. Aan de andere kant kan heldere verlichting wel zorgen voor de groei van aufwuchs en algen in het aquarium, waar de vissen van zullen grazen.

Ook is een goed filter erg belangrijk omdat deze vissen, zoals hierboven aangegeven, van nature in stromend water leven en dus altijd schoon water nodig hebben om gezond te blijven. Daarnaast hebben ze ook een snelle stofwisseling wat het water sneller vuil maakt. Wekelijkse waterverversingen zijn dan ook echt noodzakelijk.
Ook dient er een goede oppervlaktestroming/waterbeweging of beluchting aanwezig te zijn aangezien deze soort veel zuurstof nodig heeft.


Geslachtsverschil

Jammer genoeg heb ik op dit moment nog geen koppel gevonden om het geslachtsverschil te kunnen fotograferen.

Het geslachtsverschil is vergelijkbaar met de Baryancistrus xanthellus L177.


Voortplanting en kweken

Zo ver ik weet ik is er nog niet met deze soort gekweekt.

Ik gebruik voor deze soort zelf de ronde legholen met de lengte van 28 cm en een diameter van ongeveer 8 - 9 cm.


Literatuur

Rapp Py-Daniel, L. H., Zuanon, J., & Ribeiro de Oliveira, R. (2011)
Baryancistrus chrysolomus, a new species of armored catfish (Siluriformes: Loricariidae) from the Rio Xingu, Brazil.
Neotropical Ichthyology, 9 (2): 299 - 304