
Wetenschappelijke naam: Chaetostoma joropo
L-nummer: L445
Algemene naam: Spotted bulldog pleco
Oorsprong: Zuid-Amerika / Colombia / Orinocobekken (zijrivieren van de Río Meta)
Maximale lengte: 12 - 15 cm
Temperatuur: 22 - 28 ºC
Dieet: Algivoor (algeneter) ~ Omnivoor (alleseter)
Taxonomie
Order: Siluriformes
Onderorder: Loricarioidei
Familie: Loricariidae
Onderfamilie: Hypostominae
Geslacht: Chaetostoma
Soort: Chaetostoma joropo, Ballen, Urbano-Bonilla & Maldonado-Ocampo, 2016
Beschrijving
Chaetostoma joropo is een middelgrote (ongeveer 12 - 15 cm lang) beschreven soort uit het stroomgebied van de Río Meta in Colombia. Hij heeft veel synoniemen in de handel, zo is hij bijvoorbeeld te vinden op voorraadlijsten als Chaetostoma sp. L187a, Spotted Bulldog pleco of onder de oude naam Chaetostoma sp. "Villavicencio I".
Een lange tijd is deze soort verward met Chaetostoma milesi, een soort welke vergelijkbare algemene lichaamskenmerken en kleurpatroon heeft maar alleen in de Magdalena-Cauca-rivierbekken voor komt.
Chaetostoma joropo heeft een robuuste en gedrongen kop met een opvallend brede, licht uitstekende snuit. Het voorste en laterale gedeelte van de snuit is onbeplaat en bedekt met vlezige papillen en ribbels. De snuit heeft hem de algemene naam 'Bulldog pleco' gegeven. In vergelijking met andere Loricariidae is het een relatief compacte soort.
Het grootste exemplaar dat is gebruikt voor de wetenschappelijke beschrijving van de soort was ongeveer 12,5 cm (volgens het gemeten type-materiaal, van de snuit tot de basis van de staartvin). Volgens de wetenschappelijke beschrijving, is deze soort beschreven met 23 - 24 beenplaten langs de zijlijn en 5 rijen platen rond de caudale steel (staartwortel). De caudale steel is slank.
De kop, het lichaam en de vinnen zijn bedekt met zwarte vlekken op een grijsbruine basiskleur. Dit is een perfecte camouflage voor een sluipende levensstijl. Bij het juiste licht kan de kleur ook bruingoud lijken.
Onderscheidende kenmerken van de L445:
De L445 onderscheid zich van zijn naaste varianten, waaronder C. milesi en C. formosae, voornamelijk door het kleurpatroon.
- • Kleurpatroon: C. joropo heeft duidelijke, lichtgekleurde vlekken op zowel de kop als het lichaam, inclusief de vinnen. Dit is in tegenstelling tot C. formosae, waar de vlekken beperkt aanwezig zijn.
- • De staart: De caudale steel (staartwortel) is smaller dan die van verwante soorten.

Verspreiding en leefgebied
Chaetostoma joropo wordt beschreven uit de regio Piedmont (de uitlopers van de Andes), in het stroomgebied van de Río Meta en zijn zijrivieren. De Río Meta is een van de grootste zijrivieren van de Orinoco en behoort tot het uitgestrekte Orinoco-rivierbekken, een van de ecologisch belangrijkste systemen in Colombia. Dit bevestigd dat de L445 een Colombiaanse vis is en geen Braziliaanse, in tegenstelling tot eerdere hobby-aannames.
De bedding van deze rivieren en beken bestaat voornamelijk uit grote rotsblokken, keien en grind of zand, welke zorgen voor veel schuilplaatsen. Het is een warme rivier met helder water en een krachtige stroming wat typisch is voor een tropische rivier in de laaglanden (de Llanos Orientales). Het water is zacht, licht zuur tot neutraal, en vooral erg zuurstofrijk. De watertemperatuur is, afhankelijk van het seizoen en de specifieke locatie van de rivier, wisselend en ligt vaak tussen de 22 en 28 ºC.
De Chaetostoma joropo leeft hier tussen en onder de rotsen in gebieden met een sterke tot zeer sterke stroming, in stroomversnellingen (rheofiel). Zijn speciale mond zorgt ervoor dat hij zich vast kan hechten en voorkomt dat hij door de sterke stroming meegevoerd wordt.
C. joropo deelt zijn leefgebied met verschillende Ancistrus-, Hypostomus- Rineloricaria- en Otocinclus-soorten.
Dieet
Op basis van de analyse van de maag- en darminhoud van de specimens welke gebruikt zijn voor de oorspronkelijke beschrijving van de Chaetostoma joropo L445 door Ball et al. in 2016, kan er gezegd worden dat deze pleco een algivoor (algeneter) met een lichte neiging tot omnivoor (alleseter) is. Dit past ook bij de gespecialiseerde mondstructuur welke hem een perfecte 'grazer' maakt.
De analyse van de spijsverteringskanalen van de verzamelde vissen toonde aan dat het dieet voornamelijk bestaat uit:
- Kiezelwieren (Diatomeeën): Dit vormde het grootste deel van de ingenomen algen en is typisch voor soorten die op stenen grazen.
- Draadalgen (Filamentous Algae): Er werden ook andere soorten algen gevonden die op het substraat groeien.
- Fijn anorganisch materiaal: Een aanzienlijke hoeveelheid zand, modder en fijn grind, dat waarschijnlijk onbedoeld wordt opgenomen tijdens het grazen op de rotsen en mogelijk essentieel kan zijn voor de spijsvertering.
Naast plantaardig materiaal werden er ook sporen van insectenlarven (Diptera larvae) gevonden. Met name larven van vliegjes, wat aangeeft dat de vis ook kleine eiwitbronnen opneemt welke hij tijdens het grazen op de rotsen tegenkomt. Deze inname van insectenlarven betekent dat het dieet wetenschappelijk wordt geclassificeerd als een algivore omnivoor.
Wat voer ik mijn Chaetostoma joropo L445?
In het aquarium is het dus vooral belangrijk om ze hoofdzakelijk groenvoer te voeren, gevarieerd met af en toe dierlijke eiwitten.
Ik voer mijn C. joropo voornamelijk met EBO Spirulina pasta (wat ik op een steen smeer zodat ze op een natuurlijke manier kunnen grazen), EBO Spirulina soft granulaat en soms wissel ik dit af met EBO Insect soft granulaat. Als extra groente geef ik courgette, waar ze ook van kunnen grazen.

Aquarium
Minimaal 100 - 120 cm groot.
De soort wordt vaak aangeboden in aquariumwinkels en zijn relatief goedkoop. Ook is de soort niet al te moeilijk om te houden in een aquarium. Desondanks moet er rekening worden gehouden met een aantal dingen om de vis gezond te houden.
Ze kunnen in een groep worden gehouden, maar houd er rekening mee dat volwassen mannetjes territoriaal kunnen zijn ten opzichte van elkaar en andere vissen. Combineer deze vissen dus met vissen die niet direct concurreren en die ook van zuurstofrijk water met een sterke stroming houden.
Belangrijk voor de inrichting zijn rotsen en kiezels in verschillende groottes. Dit geeft een duidelijke territoriumstructuur. Mijn ervaring is dat zelfs de kleinste mannetjes erg territoriaal kunnen zijn naar elkaar toe. Het is mogelijk dat ze, bij de juiste waterwaardes, kunnen kweken op de gladde oppervlakken tussen de stenen.
C. joropo is voornamelijk schemer- en nachtactief, en houden niet van fel licht. Aan de andere kant kan fel licht de groei van algen en sporen in het aquarium veroorzaken, waar de vissen van zullen grazen. Bij een constante stroming komen ze over het algemeen meer tevoorschijn om te grazen.
Krachtige waterbeweging en een hoog zuurstofgehalte is onmisbaar. Een hoog zuurstofgehalte is essentieel, ondersteund door een krachtige waterbeweging, aangezien warm water minder zuurstof vasthoudt. De L445 heeft een snelle stofwisseling, wat de waterkwaliteit snel kan beïnvloeden. Wekelijks water verversen is daarom essentieel.
Geslachtsverschil
Helaas heb ik op dit moment geen foto's van de geslachtsbepaling van de Chaetostoma joropo. Mocht iemand volwassen L445 hebben zitten waar ik foto's van mag maken, stuur mij dan gerust een berichtje!
Volwassen mannen ontwikkelen verlengde odontodes (huidtanden) op de zijkanten van hun kop en de stralen van hun borstvinnen.
Voortplanting en kweken
Er is niet heel erg veel bekend over het kweken met Chaetostoma joropo in de hobby. Het kweken in gevangenschap is, zover ik weet, met deze soort nog maar een paar keer gedaan.
Ik neem aan dat deze soort, net als veel andere Chaetostoma's, eieren legt in een nauwe spleet of een glad oppervlak zoals een platte steen of in het aquarium tegen het glas. Dit geslacht kweekt zelden in keramische legholen. Veel Chaetostoma-mannetjes ontwikkelen grotere buikvinnen tijdens het broedseizoen. Dit kan te maken hebben met bevruchting van eieren in snelle stromingen.
Normaal gesproken zorgt de man voor de eieren totdat de jongen uitkomen.
Literatuur
Ballen, G. A., Urbano-Bonilla, A., & Maldonado-Ocampo, J. A. (2016).
Chaetostoma joropo (Siluriformes: Loricariidae), a new species from the río Meta basin, Colombia.
Zootaxa, Vol. 4126 (1): 121 – 130
